
Nederlanders staan er om bekend dat ze hun talen beheersen, maar in de praktijk betekent dat vooral
dat we Engels kunnen spreken. Als je vanavond nog een nieuwe taal wilt leren, betoogt Tim Ferris, dan is het raadzaam om eerst de structuur
van een taal te kraken. Dan heb je een raamwerk waar je de rest van de taal gewoon in kunt stoppen. Deze aanpak bleek het cruciale verschil tussen mensen die snel een taal leren en mensen die er lang
over doen. Om die structuur te kraken, hoef je slechts 8 zinnetjes te vertalen. Dan weet je wat de woordvolgorde in een taal is, en of de vervoegingen voor mannen en vrouwen anders zijn. Dat voorkomt
hiawatataal en onbedoeld hilarische versprekingen in de disco. Daarna is het een kwestie van woordjes leren.De appel is rood.
Het is Joran's appel.
Ik geef de appel aan Joran.
Wij geven hem de appel.
Hij geeft het aan Joran.
Zij geeft het aan Joran.
Ik moet het aan hem geven.
Ik wil het aan haar geven.
Deze zinnetjes kan iedere native speaker voor je vertalen. Het lijkt me leuk om eens te eens proberen. Welke talen spreekt u?
Het is Joran's appel.
Ik geef de appel aan Joran.
Wij geven hem de appel.
Hij geeft het aan Joran.
Zij geeft het aan Joran.
Ik moet het aan hem geven.
Ik wil het aan haar geven.
Deze zinnetjes kan iedere native speaker voor je vertalen. Het lijkt me leuk om eens te eens proberen. Welke talen spreekt u?
Nicko: Misschien had ook deze
meneer de foto gezien van he...
B-sting: Wat ik dus ook al riep
toen iemand de YouTube-versi...
Parallaxhhh: Inderdaad, dat is
'handhaving'. Als ik ooit van die...
Parallaxhhh: Volgens mij is dat
niet eens politie.
Roel Zwaar: Er is een enorme run op rollators ontstaan... Oh, ...

Monade - category B traitor: En apropos irriterende woorden:
het zijn vooral leu...
Monade - category B traitor: En Inez van Eijk - "Ik zeg maar
zo ik zeg maar niks...
gronk: Kuitenbrouwer. Hele oeuvre.
Wildplasser, beroepsweigeraar: Trouwens @gronk: een
constructie als “niet ge...
Wildplasser, beroepsweigeraar: Mensen die veel stopwoordjes
en tussenwerpselen geb...

Totaal aantal: 1645















Это будет яблоком Joran's.
Я даю яблоко к Joran.
Мы даем яблоку его.
Он дает его к Joran.
Она дает ее к Joran.
Я должен дать его к ему.
Я хочу податливость оно к своему.
Eitje, dus
*kuch*
over taalbeheersing gesproken.
*kuch*
/De Juf
De appel is rood.
La manzana es roja
Het is Joran's appel.
Es la manzana de Joran
Ik geef de appel aan Joran.
Doy la manzana a Joran
Wij geven hem de appel.
Les damos la manzana
Hij geeft het aan Joran.
El la da a Joran
Zij geeft het aan Joran.
Ella la da a joran
Ik moet het aan hem geven.
Tengo que darlelo
Ik wil het aan haar geven.
Quiero darlelo
/weet bijna zeker dat er een (of meerdere) foutje(s) in zitten
Overigens lijkt de duitse taalstructuur ook veel op die van nederlands maar veel mensen spreken eerder engels dan duits omdat ze meer idiom kennen om mee te ouwehoeren. Kortom je kan de structuur wel weten, maar vaak pak je ook een taal makkelijker op waar je de meer idiom mee hebt om mee te spelen (is sneller leuker).
Trouwens betere taal-tip: Kies een valentijn uit die de taal spreekt die je wilt leren, wedde dat je die taal sneller en beter leert (desnoods in gebaren)
Zeker ook zo'n toetsenbord-verspreking?-)
/Juf
2 eet gras koe
3 gras koe eet
4 eet koe gras
5 koe gras eet
6 gras eet koe
Het gaat om de volgorde waarin je dat leert.
Normale methodes beginnen met woordjes en simpele zinnen en bouwen dan een vocabulair op. Dan pas wordt de grammatica geleerd. Deze man beweert dat je eerst de grammatica moet kraken, voor je woorden gaat leren. Het ligt niet voor de hand om dat als eerste stap te zetten. Normaal is de eerst stap: scheldwoorden. Schelden ze er met ziektes, of door de moeder te beledigen?
En we hebben het hier over leren, niet over beheersen. Dat is een verschil.
Moust nait zo ouwehoern, mienjong.
Wat behanger zegt; die lerares Frans schold ons allemaal verrot.
Het is Joran's appel.
Ik geef de appel aan Joran.
Wij geven hem de appel.
Hij geeft het aan Joran.
Zij geeft het aan Joran.
Ik moet het aan hem geven.
Ik wil het aan haar geven.
The apple is red.
It is joran's apple.
I gave the apple to joran.
We gave him the apple.
He gave it to joran.
she gave it to joran.
I must it to him given.
I want it to her give.
Mijn beheersing van het hispaansch is niet perfect, edoch, enkele correcties:
le doy la manazana a Joran
is beleefder
Le damos la manzana (a Joran)...
"lelo" klinkt lullig, dus wordt het darselo...
idem
Ja darselo of darlelo, da's idd waar. Darlelo krijg je je bek ook niet uit. Overigens ben ik het niet eens met die eerste (le doy la manazana a Joran).
Beleefder my ass, standaard gramatica @ school + 5 jaar in .es wonen = Doy la manzana a Joran.
Joran kan de lau en tiny genieten...
Huh, is de appel is rood en wie is die joran dan wel niet dat wij hem allemaal appels moeten geven? Hij koopt zijn eigen Ipod maar!
Come dice?
Aye, wot?
Hvad fanden snakker du om?
Che?
Simpel.
Moeilijk achteraf te testen of dat nog langzamer was gegaan als ik eerst de uitspraak en het vocabulaire had geleerd, maar ik denk dat Ferris' theorie met goedwillend voorbehoud genomen moet worden.
Grammatica is belangrijk (onderstaande komt gewoon door de spellingscheck - woorden zijn goed geleerd - maar de zinnen zijn absoluut niet duidelijk):
Het appel rood.
Appel wees Joran van.
Het appel Joran aangeeft.
Het appel zij geef Joran aan.
Ons geef aan het de Jorans.
Onze appel geven hij aan.
Joran, hij aangeef zich.
Joran, zij aangeef zich.
Joran, hij aangeef mij, verplicht.
Mij verplicht geef het Joran aan.
Het moet mij geven aan zij, van mij.
Loop die disco binnen, leun een beetje tegen die deurpost en zeg:
NEUKEN ?
Succes gegarandeerd! Daar kan geen Habibi Spaans of Steenkolen Engels tegenop.
Typtyphus kan maar beter geen Engels meer lullen:
De appel is rood.
The apple is red
Het is Joran's appel.
It's Joran's apple.
Ik geef de appel aan Joran.
I give the apple to Joran.
Wij geven hem de appel.
We give him the apple.
Hij geeft het aan Joran.
He gives it to Joran.
Zij geeft het aan Joran.
She gives it to Joran.
Ik moet het aan hem geven.
I have to give it to him.
Ik wil het aan haar geven.
I want to give it to her.
Het is Joran's appel.
zo klopt het
De appel is rood.
Der Apfel ist rot. (Rotte appel? /Seth)
Het is Joran's appel.
Es ist Jorans Apfel.
Ik geef de appel aan Joran.
Ich gebe Joran den Apfel.
Wij geven hem de appel.
Wir geben ihm den Apfel.
Hij geeft het aan Joran.
Er gibt es zu Joran.
Zij geeft het aan Joran.
Sie gibt es zu Joran.
Ik moet het aan hem geven.
Ich soll es ihm geben.
Ik wil het aan haar geven.
Ich möchte es ihr geben.
Alsjeblieft
Dankuwel
Neem me niet kwalijk
What's a girl like you doing in a place like this
Do you come here often
Wait a minute I've got it you're an Italian
What? You're jewish? Love your nails
You must be a libra
Your place or mine
Head is Joran's oppol.
Ick gave the oppol ahn Joran.
Why gaven ham the oppol.
Hi gaved head ahn Joran.
Sci gaved head ahn Joran.
Ick mood head ahn ham gaven.
Ick will head ahn hahr gaven.
/American fonetic pronouncation
*bookmarkt*
De appel is read.
Het is Joran's appel.
It is Joran syn appel.
Ik geef de appel aan Joran.
Ik jou de appel oan Joran.
Wij geven hem de appel.
Wy jouwe him de appel.
Hij geeft het aan Joran.
Hy jout it oan Joran.
Zij geeft het aan Joran.
Sy jout it oan Joran.
Ik moet het aan hem geven.
Ik moat it him jaan.
Ik wil het aan haar geven.
Ik wol it har jaan.
La Pomma est rouge.
Het is Joran's appel.
C'est la pomme du Joran.
Ik geef de appel aan Joran.
Je donne la pomme à Joran.
Wij geven hem de appel.
Nous le donnes la pomme.
Hij geeft het aan Joran.
Lui la donne à Joran.
Zij geeft het aan Joran.
Elle la donne à Joran.
Ik moet het aan hem geven.
Je doit le donner à Joran.
Ik wil het aan haar geven.
Je voudrais la donne à elle.
Er bij de laatste twee vanuit gaande dat het nogsteeds over een appel gaat uiteraard.
La pomme est rouge.
La Pomma klinkt als een fout dorpje aan de Costa Brava.
Zo is het naar mijn weten bijvoorbeeld "Il le donne à Joran" en geen "Lui la donne à Joran"
La Mela è rosso
Het is Joran's appel.
È il mela di Joran.
Ik geef de appel aan Joran.
Dò la mela al Joran.
Wij geven hem de appel.
Lui diamo la mela.
Hij geeft het aan Joran.
(lui) Lo dà al Joran.
Zij geeft het aan Joran.
(lei) Lo dà al Joran
Ik moet het aan hem geven.
Devo darglielo
Ik wil het aan haar geven.
Voglio darglielo.
Denk ik.
pomum rutilum est
pomum Joranis est
pomum Jorani do
pomum ei damus
is illud Jorani dat
ea illud Jorani dat
neccesarius meum dare illud ei
volo dare illud ei
La pomme est rouge.
Dae eppel es roat.
Het is Joran's appel.
C'est la pomme de Joran.
Ut es Jorans eppel.
Ik geef de appel aan Joran.
Je donne la pomme à Joran.
Ich geif dae eppel oan Joran.
Wij geven hem de appel.
Nous lui donnons la pomme.
Vear geive him dae eppel.
Hij geeft het aan Joran.
Il la donne à Joran.
Hae geift ut oan Joran.
Zij geeft het aan Joran.
Elle la donne à Joran.
Het geift ut oan Joran.
Ik moet het aan hem geven.
Je dois lui la donner.
Ich moss im det geive.
Ik wil het aan haar geven.
Je veux lui la donner.
Ich wil het det geive.
/Mathematisch zuig ik harige apenkloten
The apple's scarlet.
Het is Joran's appel.
It's Joran's apple.
Ik geef de appel aan Joran.
I sacrifice the apple to Joran.
Wij geven hem de appel.
We relinquish the apple to him.
Hij geeft het aan Joran.
He produces it to Joran.
Zij geeft het aan Joran.
She renders it to Joran.
Ik moet het aan hem geven.
I am compelled/obliged to surrender it to him.
Ik wil het aan haar geven.
I want to yield it to her.
Ja hoor, vertalen is zo makkelijk.
http://www.synonym.com/synonyms/give/